Kies taal

Achterremmen Volkswagen Passat V

Download pdf

SFORZO SUL PEDALE

Test realizzati con freni di marche concorrenti mostrano una grande variabilità nello sforzo sul pedale necessario per frenare efficacemente.

FERODO®VARIAZIONE SFORZO MIN/MAX  SUL PEDALE
FERODO®
COMPETITOR 1
COMPETITOR 2
COMPETITOR 3
COMPETITOR 4
 COMPETITOR 5

ACHTERREMMEN/HANDREM

WAARSCHUWING: Voordat u begint te werken aan het achterste remsysteem dient u te beschikken over de diagnosesoftware-interface en een acculader (naast de gebruikelijke gereedschappen).

De Passat is uitgerust met een elektromechanisch handremsysteem, dat in de achterste remklauwen is geïntegreerd. Dat is de reden dat het gebruik van het diagnosesysteem vereist is. Hiermee worden de zuigers in de remklauw teruggetrokken.

De acculader moet op de accu worden aangesloten voordat u met de diagnoseapparatuur op het voertuig aan de gang gaat. Zo kunt u een mogelijke storing in de ECU en/of de andere bedieningssystemen voorkomen.

Dit model is uitgerust met een elektromechanische handrem.
De achterremklauwen zijn uitgerust met twee motoren die de werking van de handrem regelen.

Opmerking: Stel de handrem af met behulp van het diagnosesysteem. Neem de volgende herplaatsingsprocedure in acht.

Achterrem/handrem VERWIJDEREN

  • Zet de auto op de hefbrug.
  • Verwijder de achterwielen.
  • Trek de zuigers terug met behulp van het diagnosesysteem en maak vervolgens de glijpennen van de remklauw los.
  • Verwijder de remklauwen en de remblokken.
  • De remklauw moet grondig worden gereinigd van alle remresten, dat geldt met name voor alle bewegende oppervlakken.
  • Glijpennen moeten worden gereinigd en licht ingesmeerd met molybdeenvet dat bestand is tegen hoge temperaturen.

Achterrem/handrem VERVANGING

  • Druk de zuigers van de remklauw helemaal naar de ruststand.

Opmerking: Tap voordat de zuiger wordt teruggeplaatst in de cilinder eerst wat remvloeistof af uit het reservoir. Als het reservoir vol is, kan de remvloeistof overstromen. Dat kan schade veroorzaken.

  • Monteer de remblokken op de remhouder (pijlen 1).
  • Zorg ervoor dat de remblokken op correcte wijze in de platen aangebracht zijn (pijlen 2).

Opmerking: Controleer of het klevende oppervlak van de remblokken niet aan het remzadel vastplakt vooraleer de remblokken de correcte stand bereiken.

  • Draai de aansluiting van de remvloeistofleiding aan op de remklauw tot een aanhaalkoppel van 14 Nm.
  • Zet de remklauw vast door de glijpennen tot een aanhaalkoppel van 35 Nm aan te draaien.
  • Controleer het remvloeistofpeil en vul eventueel bij.

Waarschuwing: Na het vervangen van de remblokken dient het rempedaal een aantal malen volledig ingedrukt te worden om de zuigers in de remklauwen in de juiste positie te brengen.

RESETTEN VAN DE HANDREM

  • Plaats de zuigers van de handremmotor met behulp van het diagnosesysteem in de ruststand.

Opmerking: Voordat de zuiger wordt teruggeduwd in de cilinder, tapt u eerst wat remvloeistof af uit het reservoir. Als het reservoir vol is, kan de remvloeistof overstromen. Dat kan schade veroorzaken.

  • Sluit het diagnosesysteem aan op het voertuig en kies de functie handrem.
  • Plaats de zuigers weer in de beginpositie.

Waarschuwing: Het terugzetten van de zuigers met behulp van het diagnoseapparaat is niet voldoende. Druk de zuiger helemaal in door de aansluiting met behulp van de drukker (X) in te laten trekken (zie de afbeelding op pagina 3).


REMSCHIJVEN

remschijven: VERWIJDEREN

  • Verwijder het frame van de remklauw door de montagebouten los te draaien. Nu kunt u de remschijf bereiken.
  • Draai de borgschroef los en verwijder de remschijven en -blokken.
  • Verwijder de remresten van de remklauw en met name van alle bewegende oppervlakken.

Opmerking: Probeer de remschijven niet met geweld van de wielnaaf te demonteren: bij weerstand dient een roestverwijderend middel te worden gebruikt.

remschijven: VERVANGING

  • Plaats de remschijf op de naaf en controleer of de contactoppervlakken schoon zijn.
  • Draai de borgschroef aan tot een aanhaalkoppel van 4 Nm.
  • Breng de remblokken aan in overeenstemming met de doorsnedetekening (page 1).

OPERATIONELE VOORZORGSMAATREGELEN

Remvloeistof is hygroscopisch en moet regelmatig worden vervangen. Gebruik geen vloeistof die niet voldoet aan de specificaties in de tabel. Zorg dat u niet per ongeluk remvloeistof morst op gespoten onderdelen, onderdelen van rubber of kunststof en mechanische onderdelen.


HYDRAULISCH CIRCUIT

REMZADEL ONTLUCHTEN

Opmerking: Deze handeling moet uitgevoerd worden als u het remzadel verwijdert in het geval van onderhoud aan de cilinder.

  • Draai de ontluchtingsschroef los, gebruikmakend van een opvangbak,
    vul remvloeistof bij tot deze zonder luchtbellen uit de draadopening aan het uiteinde van de remslang stroomt.
  • Draai de ontluchtingsschroef aan.

LEKKAGECONTROLE HOOFDREMCILINDER

  • Draai de ontluchtingsschroef van een van de remklauwen aan de voorkant los en verwijder hem.
  • Sluit een drukmeter aan op het component.
  • Laat de remdruk toenemen tot u een overdruk van 50 bar bereikt heeft.
  • Tijdens de test (min. 45 sec) mag de druk nooit met meer dan 4 bar afnemen. Vervang de mastercilinder van de rem als de drukafname groter is.

VAN TE VOREN ONTLUCHTEN

Ontluchtingsvolgorde
  1. ontlucht de linker en rechter voorremklauwen tegelijkertijd
  2. ontlucht de linker en rechter achterremklauwen tegelijkertijd
  • Sluit het toevoer- en drukafnamesysteem aan op het systeem.
  • Draai de ontluchtingsschroeven niet aan en houd de leidingen in de opvangreservoirs tot de remvloeistof luchtvrij is.
  • Laat het hydraulische systeem nogmaals ontluchten met behulp van het speciale programma van het diagnosesysteem.

REGULIERE ONTLUCHTING

  • Sluit het toevoer- en drukafnametoestel aan op het systeem.
  • Draai de ontluchtingsschroef op de vereiste volgorde los en ontlucht de remklauwen.
  • Sluit een adequate flexibele leiding aan op de ontluchtingsschroef. Zorg ervoor dat de leiding niet buigt om te voorkomen dat er lucht in het remsysteem terechtkomt.
  • Draai de ontluchtingsschroef van de remklauw niet aan en houd de leidingen in de opvangbak tot de remvloeistof luchtvrij is.

LAATSTE ONTLUCHTING

Opmerking: Deze handeling vereist de aanwezigheid van twee monteurs.

  • Trap het rempedaal stevig in en houd het pedaal ingedrukt.
  • Draai de ontluchtingsschroef van de remklauw los.
  • Druk het rempedaal helemaal in.
  • Houd het rempedaal ingedrukt en draai de ontluchtingsschroef aan.
  • Laat het rempedaal langzaam omhoog komen.
  • Deze handeling moet voor elke remklauw 5 maal worden herhaald.
    1. remklauw linksvoor
    2. remklauw rechtsvoor
    3. remklauw linksachter
    4. remklauw rechtsachter
  • Voer een testrit uit met minstens een ABS-remactie nadat u de remklauwen ontlucht heeft.

 

REMVLOEISTOF
Capaciteit 1,0 liter
Product DOT4
Onderhoudsintervallen Elke 2 jaar verversen en ontluchten

 

DOT4 REMVLOEISTOF
FBX050 500 ml
FBX100 1 l
FBX500 5 l
FBX2000 20 l

 

FERODO ONDERDEELNRS.
 
Remblokken FDB1636 FDB4192
Grootte Velgen van 16" Velgen van 17"
Serienr. remschijf DDF1306 DDF1503
Schijfdiameter (mm) 286 310
Remschijfdikte (mm) 12 22
Slijtagelimiet schijf (mm) 8 18
Serienr. remblok FDB1636 FDB4192
Remblokhoogte (mm) 55.5 56.2
Remblokbreedte (mm) 105.0 105.3
Dikte remblok (mm) 16.9 16.8
Slijtagelimiet remblok (mm) 7.0 7.0
Remklauw TRW TRW
Zuigerdiameter (mm) 38 41
Bijbehorende montagehandleidingen
{{lede.date | date:'dd-MMM-yyyy'}}{{lede.tags.length > 0 && lede.date ? ' | ' : ''}}{{lede.tags.join(', ')}}
Laden...